View this site in English Leden login Home
Statuten

NAAM EN ZETEL

Artikel 1
De vereniging draagt de naam:
VERENIGING INFORMATICARECHT ADVOCATEN.
Zij kan bij afkorting worden aangeduid als VIRA.

ZETEL

Artikel 2
De vereniging heeft haar zetel te Utrecht.
Zij houdt kantoor aan het kantooradres van haar secretaris.

DUUR EN VERENIGINGSJAAR

Artikel 3
De vereniging is opgericht voor onbepaalde tijd.
Het verenigingsjaar valt samen met het kalenderjaar.

DOEL

Artikel 4
De vereniging stelt zich ten doel het bevorderen van een deskundige beroepsuitoefening door advocaten op het gebied van het informaticarecht, waaronder worden begrepen de juridische aspecten van geautomatiseerde gegevensverwerking en communicatie en voorts al die juridische aspecten van maatschappelijke activiteit die mede bepaald worden door informatietechnologie.
De vereniging tracht dit doel onder meer te bereiken door:

  • het organiseren van opleidingen en studiebijeenkomsten dan wel het verlenen van medewerking daaraan;
  • onderlinge uitwisseling van informatie;
  • alle overige activiteiten die tot dit doel kunnen bijdragen.

LEDEN

Artikel 5

  1. Tot lid van de vereniging kunnen worden toegelaten advocaten die door kennis en ervaring aantoonbare deskundigheid bezitten op het gebied van het informaticarecht en de door de vereniging georganiseerde of een door het bestuur aangewezen opleiding met goed gevolg hebben voltooid.
  2. Het lidmaatschap van de vereniging staat uitsluitend open voor advocaten die gedurende ten minste vijf jaar als advocaat zijn ingeschreven overeenkomstig het bepaalde in de Advocatenwet en die ten tijde van de indiening van het verzoek tot toelating als lid ten minste twee vijfde van de full-time werktijd als advocaat besteden aan het informaticarecht en dat ook gedurende ten minste twee jaar voorafgaande aan het verzoek tot toelating als lid hebben gedaan.
  3. Het bestuur houdt een register waarin de namen en adressen van alle leden zijn opgenomen.

TOELATING VAN LEDEN

Artikel 6

  1. Teneinde het lidmaatschap te verwerven dient men een schriftelijk verzoek in te dienen bij het bestuur.
  2. Ten genoegen van het bestuur zal de gegadigde aannemelijk moeten maken dat hij of zij voldoet aan de vereisten van artikel 5 leden 1 en 2. De gegadigde is niet gehouden daartoe dossiers ter inzage te geven.
  3. Het bestuur beslist over de toelating van een lid.
  4. Het besluit van het bestuur wordt schriftelijk aan de gegadigde medegedeeld.
  5. Tegen een afwijzende beslissing van de bestuur, waaronder de weigering van een ontheffing mede is begrepen, is beroep op de commissie van beroep als bedoeld in artikel 12 mogelijk, mits een dergelijk beroep schriftelijk worden ingesteld binnen een maand na de datum van verzending van het in lid 4 bedoelde besluit.

ASPIRANT LEDEN

Artikel 7

  1. Tot aspirant-lid van de vereniging kunnen worden toegelaten advocaten die beschikken over de stageverklaring - overeenkomstig het bepaalde bij of krachtens de Advocatenwet -, die de in artikel 5 lid 1 bedoelde opleiding met goed gevolg hebben voltooid en die ten tijde van het verzoek tot toelating als aspirant-lid ten minste een vierde van de full-time werktijd als advocaat besteden aan het informaticarecht en dat ook gedurende ten minste één jaar voorafgaande aan het verzoek tot toelating als aspirant-lid hebben gedaan.
  2. Op het verzoek en de beslissing omtrent toelating tot aspirant-lid is het bepaalde in artikel 6 van overeenkomstige toepassing.
  3. Aspirant-leden kunnen tot lid van de vereniging worden toegelaten zodra zij voldoen aan de in artikel 5 bedoelde eisen.
  4. Het bestuur houdt een register waarin de namen en adressen van alle aspirant-leden zijn opgenomen.

Artikel 7A
Eisen aan leden en aspirant-leden

  1. Elk aspirant-lid en elk lid dient advocaat te zijn.
  2. Elk lid dient gedurende een kalenderjaar ten minste twee vijfde van de werktijd als advocaat te besteden aan het informaticarecht, uitgaande van een voltijdse praktijkuitoefening.
  3. Elk aspirant-lid dient gedurende een kalenderjaar ten minste een vierde van de werktijd als advocaat te besteden aan het informaticarecht, uitgaande van een voltijdse praktijkuitoefening.
  4. Elk aspirant-lid en elk lid is verplicht om per kalenderjaar ten minste zes (6) opleidingspunten in de zin van de Verordening Permanente Opleiding 2000 (of enige verordening die daarvoor in de plaats treedt) te behalen, waarbij het desbetreffende onderwijs naar het oordeel van het bestuur de praktijkuitoefening of de praktijkvoering op het gebied van het informaticarecht in het bijzonder ten goede komt. Deze verplichting geldt ongeacht een eventuele praktijkuitoefening in deeltijd. Het te behalen aantal opleidingspunten neemt naar evenredigheid af ingeval het (aspirant-)lidmaatschap gedurende enig kalenderjaar minder dan tien maanden heeft geduurd.
  5. Van het in het vierde lid bedoelde aantal opleidingspunten dient ten minste de helft behaald te zijn met onderwijs betrekking hebbende op een juridisch onderwerp.
  6. Het is een (aspirant-)lid niet toegestaan het door hem in enig jaar behaalde aantal punten voorzover dit boven het in het derde lid bedoelde aantal opleidingspunten is gelegen in mindering te brengen op gedurende volgende jaren te behalen aantal opleidingspunten.

7.    Onverminderd het beroepsgeheim, is elk aspirant-lid en elk lid verplicht desgevraagd de door het bestuur gewenste inlichtingen te verstrekken die betrekking hebben op de naleving van het bepaalde in dit artikel 7A.

8.    De leden 2 en 3 gelden niet gedurende een eventuele periode van zwangerschapsverlof of een aaneengesloten periode van ouderschapsverlof van een lid of aspirant-lid. In ieder jaar waarin een lid of aspirant-lid vanwege zwangerschapsverlof of een aaneengesloten periode van ouderschapsverlof de praktijk niet uitoefent geldt een aan de duur van het verlof in het desbetreffende jaar evenredige vermindering van het aantal krachtens leden 4 en 5 te behalen opleidingspunten.

ONTHEFFING

Artikel 8

  1. Het bestuur kan in bijzondere gevallen ontheffing verlenen van het vereiste van voltooiing van de opleiding als bedoeld in artikel 5 lid 1.
  2. Het bestuur kan ontheffing verlenen van het in artikel 5 lid 2 bedoelde vereiste van inschrijving gedurende vijf jaar als advocaat, indien de betrokkene op het moment van het verzoek tot toelating ten minste beschikt over de stageverklaring - overeenkomstig het bepaalde bij of krachtens de Advocatenwet - en, gedurende het resterende deel van de in artikel 5 lid 2 bedoelde periode van vijf jaar, in een functie buiten de advocatuur een naar het oordeel van het bestuur relevant gedeelte van de full-time werktijd heeft besteed aan het informaticarecht.
  3. Het bestuur kan in bijzondere gevallen ontheffing verlenen van het in artikel 5 lid 2 bedoelde vereiste dat de gegadigde ten minste twee vijfde van de full-time werktijd als advocaat besteedt aan het informaticarecht, mits de gegadigde ten minste een vijfde van de full-time werktijd als advocaat werkzaam is en zich ook in zijn functie(s) buiten de advocatuur intensief bezighoudt met het informaticarecht.
  4. Het bestuur kan in bijzondere gevallen, al dan niet onder voorwaarden, geheel of gedeeltelijk ontheffing verlenen van de in artikel 7A, tweede lid bedoelde verplichting voor een lid om gedurende een kalenderjaar ten minste twee vijfde van de werktijd als advocaat te besteden aan het informaticarecht, uitgaande van een voltijdse praktijkuitoefening, de in artikel 7A, derde lid bedoelde verplichting voor een aspirant-lid om gedurende een kalenderjaar ten minste een vierde van de werktijd als advocaat te besteden aan het informaticarecht, uitgaande van een voltijdse praktijkuitoefening en de in artikel 7A, vierde lid bedoelde verplichting voor een lid en aspirant-lid om per kalenderjaar ten minste zes opleidingspunten in de zin van de Verordening Permanente Opleiding 2000 (of enige verordening die daarvoor in de plaats treedt) te behalen, dan wel het naar evenredigheid verminderde aantal punten in geval het (aspirant-)lidmaatschap gedurende enig kalenderjaar minder dan tien maanden heeft geduurd.
  5. Op het verzoek en de beslissing omtrent ontheffing is het bepaalde in artikel 6 van overeenkomstige toepassing. 

EINDE LIDMAATSCHAP EN ASPIRANT-LIDMAATSCHAP

Artikel 9

  1. Het lidmaatschap eindigt door:
    • schriftelijke opzegging door het lid aan het kantooradres van de secretaris van de vereniging, in welk geval het lidmaatschap eindigt op de datum van ontvangst van de brief;
    • overlijden van het lid;
    • opzegging door de vereniging, indien een lid heeft opgehouden te voldoen aan de statutaire vereisten voor het lidmaatschap, dan wel wanneer redelijkerwijs van de vereniging niet gevergd kan worden het lidmaatschap te laten voortduren; de betrokkene wordt ten spoedigste per aangetekende brief van het besluit tot opzegging, met opgave van redenen in kennis gesteld;
    • ontzetting, wegens handelen of nalaten in strijd met de statuten, reglementen, of besluiten der vereniging of wanneer het lid de vereniging op onredelijke wijze benadeelt; de betrokkene wordt ten spoedigste per aangetekende brief van het besluit tot ontzetting, met opgave van redenen, in kennis gesteld.
  2. Opzegging door de vereniging en ontzetting uit het lidmaatschap geschiedt door het bestuur.
  3. Van een besluit tot opzegging van het lidmaatschap door de vereniging of ontzetting uit het lidmaatschap staat de betrokkene binnen een maand na de datum van verzending van het besluit beroep open op de commissie van beroep als bedoeld in artikel 12.
    Gedurende de beroepstermijn en hangende het beroep is het lid geschorst.
  4. Het in dit artikel bepaalde geldt tevens voor aspirant-leden en is van overeenkomstige toepassing op het aspirant-lidmaatschap.

BESTUUR

Artikel 10

  1. Het bestuur bestaat uit ten minste drie leden, die door de algemene vergadering worden benoemd.
    Bestuursleden kunnen ook buiten de leden worden benoemd.
  2. De benoeming van bestuursleden geschiedt uit een of meer bindende voordrachten, behoudens het bepaalde in lid 4. Tot het opmaken van zulk een voordracht zijn bevoegd zowel het bestuur als tien of meer leden. De voordracht van het bestuur wordt bij de oproeping voor de vergadering meegedeeld. Een voordracht door tien of meer leden moet ten minste acht dagen voor de aanvang van de vergadering schriftelijk bij het bestuur worden ingediend.
  3. Aan elke voordracht wordt het bindend karakter ontnomen door een met ten minste twee derde van de uitgebrachte stemmen genomen besluit van de algemene vergadering, genomen in een vergadering waarin ten minste twee derde van de leden tegenwoordig of vertegenwoordigd is.
  4. Is geen voordracht opgemaakt, of besluit de algemene vergadering overeenkomstig het voorgaande lid de opgemaakte voordrachten het bindend karakter te ontnemen, dan is de algemene vergadering vrij in haar keus.
  5. Bestuursleden worden benoemd voor ten hoogste twee jaar, bij volstrekte meerderheid van stemmen.
  6. Bestuursleden kunnen terstond, doch niet meer dan één maal worden herbenoemd.
  7. Tussentijdse vacatures behoeven slechts dan onverwijld te worden vervuld, indien het aantal bestuursleden beneden drie is gedaald. Is dit het geval, dan wordt binnen een maand na het ontstaan van de vacature(s) een ledenvergadering bijeengeroepen, ter benoeming van nieuwe bestuursleden. Het bestuur blijft bevoegd ook indien het aantal bestuursleden beneden drie is gedaald.
  8. Een tussentijds benoemd bestuurslid treedt af op het tijdstip waarop diens voorganger zou zijn afgetreden.
  9. Bestuursleden kunnen te allen tijde onder opgaaf van redenen door de algemene vergadering worden geschorst en ontslagen. Een besluit tot schorsing of ontslag wordt genomen door een met ten minste twee derde van de uitgebrachte stemmen genomen besluit van de algemene vergadering, genomen in een vergadering waarin ten minste twee derde van de leden tegenwoordig of vertegenwoordigd is.
  10. Het bestuur wijst uit zijn midden de voorzitter, de secretaris en de penningmeester aan.
  11. De bestuursvergadering besluit met volstrekte meerderheid van stemmen.
  12. Bij staking van stemmen wordt het voorstel geacht te zijn verworpen.
  13. Het bestuur is bevoegd te besluiten tot het aangaan van overeenkomsten tot verkrijging, vervreemding en bezwaring van registergoederen. 

VERTEGENWOORDIGING

Artikel 11

  1. Het bestuur vertegenwoordigt de vereniging.
  2. De vertegenwoordigingsbevoegdheid komt mede toe aan twee gezamenlijk handelende bestuursleden.
  3. Het bestuur kan volmacht verlenen aan één of meer bestuursleden alsook aan anderen om de vereniging binnen de grenzen van die volmacht te vertegenwoordigen.

COMMISSIE VAN BEROEP

Artikel 12

  1. De algemene vergadering benoemt een commissie van beroep bestaande uit ten minste drie natuurlijke personen, die geen leden der vereniging kunnen zijn.
  2. Zij worden benoemd voor een periode van ten hoogste drie jaar.
  3. Wanneer het aantal leden van de commissie van beroep beneden drie daalt, hebben overblijvende leden de verplichting om de commissie tijdelijk tot ten minste drie leden aan te vullen. De op deze wijze aangetrokken leden van de commissie van beroep hebben zitting tot de eerstvolgende algemene vergadering.
  4. Van de in de commissie van beroep plaatsvindende mutaties geeft zij onverwijld kennis aan het bestuur.
  5. De commissie van beroep heeft tot taak te beslissen in gevallen van beroep tegen beslissingen van het bestuur omtrent toelatingsverzoeken, ontheffingsaanvragen en opzegging van het lidmaatschap en aspirant-lidmaatschap van de vereniging en over ontzetting uit het lidmaatschap.
  6. De commissie van beroep kiest uit haar midden een voorzitter en een secretaris. 

JAARLIJKSE BIJDRAGEN

Artikel 13

  1. De leden en aspirant-leden zijn gehouden tot het betalen van een jaarlijkse bijdrage, die door de algemene vergadering zal worden vastgesteld. Zij kunnen daartoe in categorie?n worden ingedeeld die een verschillende bijdrage betalen.
  2. Voor één juli toetredende leden en aspirant-leden zijn de volledige contributie over het lopende verenigingsjaar verschuldigd. Na dertig juni toetredende leden en aspirant-leden betalen in dat jaar de helft van de vastgestelde contributie. 

LEDENVERGADERING

Artikel 14

  1. Aan de algemene vergadering komen alle bevoegdheden toe, die niet door de wet of de statuten aan het bestuur zijn opgedragen.
  2. Bijeenroeping van een algemene vergadering vindt plaats door het bestuur door middel van een circulaire aan de leden, verzonden ten minste één maand voor de datum der vergadering met vermelding van de punten van behandeling. 

JAARVERSLAG - REKENING EN VERANTWOORDING

Artikel 15

  1. Het bestuur is verplicht van de vermogenstoestand van de vereniging en van alles betreffende de werkzaamheden van de vereniging, naar de eisen die voortvloeien uit deze werkzaamheden, op zodanige wijze een administratie te voeren en de daartoe behorende boeken, bescheiden en andere gegevensdragers op zodanige wijze te bewaren, dat te allen tijde de rechten en verplichtingen van de vereniging kunnen worden gekend.
  2. Het bestuur brengt op de jaarlijkse algemene vergadering, te houden binnen zes maanden na afloop van het verenigingsjaar, behoudens verlenging van deze termijn door de algemene vergadering, zijn jaarverslag uit en doet, onder overlegging van een balans en een staat van baten en lasten, rekening en verantwoording over zijn in het afgelopen boekjaar gevoerd bestuur. Na verloop van deze termijn kan ieder lid rekening en verantwoording van het bestuur vorderen.
  3. De algemene vergadering benoemt jaarlijks uit de leden een commissie van ten minste twee personen, die geen deel mogen uitmaken van het bestuur. De commissie onderzoekt de rekening en verantwoording van het bestuur en brengt aan de algemene vergadering verslag van haar bevindingen uit.
  4. De commissie van onderzoek kan zich door een deskundige doen bijstaan.
    Het bestuur is verplicht aan de commissie alle door haar gewenste inlichtingen te verschaffen.
  5. Het bestuur is verplicht de boeken, bescheiden en andere gegevensdragers bedoeld in de leden 1 en 2 zeven jaar lang te bewaren.

Artikel 16
Buitengewone algemene vergaderingen worden bijeengeroepen zo dikwijls als het bestuur dit nodig oordeelt, alsmede indien een schriftelijk verzoek daartoe bij de voorzitter wordt ingediend door ten minste een zodanig aantal leden als bevoegd is tot het uitbrengen van een tiende gedeelte der stemmen, welk verzoek de te behandelen punten moet bevatten. Is in dit laatste geval de algemene vergadering niet bijeengeroepen binnen één maand nadat het verzoek daartoe door de voorzitter is ontvangen, dan zijn de aanvragers zelf tot bijeenroeping bevoegd, met inachtneming van het bepaalde in artikel 14 lid 2. 

VOORZITTERSCHAP-NOTULEN

Artikel 17

  1. De algemene vergadering wordt voorgezeten door de voorzitter of zijn plaatsvervanger of, bij hun ontstentenis, door het oudste aanwezige bestuurslid.
    Is geen bestuurslid aanwezig, dan voorziet de algemene vergadering zelf in het voorzitterschap.
  2. De voorzitter der vergadering ziet toe op de notulering.

STEMRECHT EN BESLUITVORMING VAN DE ALGEMENE VERGADERING

Artikel 18

  1. Ieder lid van de vereniging dat niet geschorst is, heeft één stem; aspirant-leden hebben een adviserende stem.
  2. Behoudens de uitzonderingen, in deze statuten bepaald, worden in de algemene vergaderingen alle besluiten genomen met volstrekte meerderheid van stemmen.
  3. Blanco stemmen worden beschouwd als niet te zijn uitgebracht.
  4. Bij staking van stemmen over zaken is het voorstel verworpen. Staken de stemmen bij de verkiezing van personen, dan beslist het lot. Indien bij verkiezing tussen meer dan twee personen door niemand een volstrekte meerderheid is verkregen, wordt herstemd tussen de twee personen die het grootste aantal stemmen kregen.
  5. Stemming over zaken mondeling, tenzij de voorzitter der vergadering of één der aanwezige leden aan schriftelijke stemming de voorkeur geeft.
  6. Stemming over personen schriftelijk, tenzij mondelinge stemming wordt voorgesteld en geen der aanwezigen hiertegen bezwaar maakt.
  7. Bij mondelinge stemming is besluitvorming bij acclamatie toegestaan, mits geen der aanwezigen zich hiertegen verzet.

STATUTENWIJZIGINGEN

Artikel 19

  1. In de statuten van de vereniging kan geen verandering worden gebracht dan door een besluit van een algemene vergadering, waartoe is opgeroepen met de mededeling dat aldaar wijzigingen van de statuten zal worden voorgesteld.
  2. Zij die de oproeping tot de algemene vergadering ter behandeling van een voorstel tot statutenwijziging hebben gedaan, moeten ten minste één maand voor de vergadering een afschrift van dat voorstel, waarin de voorgedragen wijziging woordelijk is opgenomen, op een daartoe geschikte plaats voor de leden ter inzage leggen tot na afloop van de dag waarop de vergadering wordt gehouden. Bovendien wordt een afschrift als hiervoor bedoeld aan alle leden toegezonden.
  3. Een besluit tot wijziging van de statuten der vereniging kan slechts worden genomen met een meerderheid van ten minste drie vierde van de stemmen in een algemene vergadering, waarin ten minste twee derde van het aantal leden tegenwoordig of vertegenwoordigd is.
  4. Is dat quorum niet aanwezig dan wordt binnen één maand na de vergadering een nieuwe algemene vergadering belegd, waarin het besluit kan worden genomen, ongeacht het aantal aanwezige leden, mits met een meerderheid van ten minste drie vierde van de stemmen.
  5. Wijzigingen van de statuten treden niet in werking dan nadat hiervan een notari?le akte is opgemaakt; tot het doen verlijden van die akte is elk bestuurslid bevoegd.

ONTBINDING

Artikel 20

  1. Ten aanzien van een besluit tot ontbinding der vereniging is het bepaalde in het voorgaande artikel van overeenkomstige toepassing.
  2. De algemene vergadering bepaalt bij haar in het vorige lid bedoelde besluit, met inachtneming der wettelijke bepalingen, wie de vereffenaars zijn en wat de bestemming van het batig saldo is.
  3. Gedurende de vereffening blijven de bepalingen van deze statuten zoveel mogelijk van kracht; in stukken en aankondigingen die van de vereniging uitgaan, moet aan de naam worden toegevoegd: "in liquidatie".

SLOTARTIKEL

Artikel 21
In alle gevallen, waarin wet of deze statuten niet voorzien, beslist het bestuur.